Vrijwel elke Manifestor draagt een oerwond van controle met zich mee. Omdat zij als kind al autonoom bewogen, reageerde de omgeving vaak met regels, inperking en straf. Hierdoor roept elke vorm van controle bij de volwassen Manifestor onmiddellijk een felle, verdedigende woede op. Het dichte aura beschermt hun creatieve impuls tegen inmenging van buitenaf, maar wekt bij anderen soms afstand of wantrouwen op.
De Manifestor is in wezen een kluizenaar die stilte en afzondering nodig heeft om te kunnen functioneren. Zonder Sacraal centrum absorbeert de Manifestor voortdurend de drukte van anderen; pas wanneer de deur dichtgaat en er niemand in de buurt is, daalt het zenuwstelsel af naar de eigen nulstand. Creatieve impulsen ontstaan uitsluitend in zo'n leeg vacuüm. Deze scheppingsdrang verloopt in vlagen: vurige actieperiodes worden afgewisseld met tijden van diepe rust waarin ogenschijnlijk niets gebeurt.
De bevrijding voor de Manifestor ligt in de strategie: informeren voor het handelen. Informeren is géén toestemming vragen of verantwoording afleggen; het is een soevereine mededeling aan de omgeving over welke kant de beweging opgaat. Zodra de omgeving weet wat er gebeurt, lost de tegenwind op. Dan bereikt de Manifestor zijn diepste hartsverlangen: vrede — de ongehinderde vrijheid om zijn eigen pad te gaan.
